Incoclub

Voor en door lotgenoten

Font Size

SCREEN

Cpanel
U bevindt zich hier: Home Onderzoeken

Onderzoeken

Onderzoeken

In dit artikel worden enkele vaak uitgevoerde onderzoeken beschreven. Veel leden van de Incoclub hebben hier ervaring mee. Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u uw eigen ervaringen delen met andere leden van de Incoclub? Stuur dan een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..


Heb je hier niet de informatie gevonden die je zoekt? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


 

Registratrie (plasdagboek/mictielijst/padtest)

Het aloude gezegde 'meten is weten' geldt ook voor incontinentie-onderzoek. Om de intenstiteit van de incontinentie in kaart te brengen wordt een registratie bijgehouden van het urineverlies (mictie). De patiënt moet zelf meestal 24 uur op een lijst bijhouden wanneer, onder welke omstandigheden en in welke mate het urineverlies optreedt. Zo'n lijst wordt mictielijst of plasdagboek genoemd. Dit (zelf)onderzoek geeft de behandelaars (huisarts, uroloog, bekkenbodemtherapeut) zeer waardevolle informatie. Soms moet ook worden genoteerd hoeveel er wordt gedronken (vochtbalans).

plaslijst

 

Een kortdurende registratie waarbij nauwkeurig wordt vastgesteld hoeveel urine wordt verloren bij bepaalde bewegingen is de padtest. Hierbij wordt het incontinentieverband (pad) vóór en na het uitvoeren van bepaalde oefeningen (buigen, huppelen, hoesten) gewogen.

top

 


 

Lichamelijk onderzoek

Het lichamelijk onderzoek geeft een arts een eerste indruk van mogelijke oorzaken van de incontinentie. Visuele aanwijzingen zoals littekens of andere onregelmatigheden van de huid worden besproken. Daarna zal de arts het onderlichaam onderzoeken. Met de handen wordt op de buik (blaas en darmen) en in de lendestreek (nieren) gezocht naar plaatsen die afwijkend of pijnlijk aanvoelen.
Bij vrouwen wordt onderzocht of er sprake is van een verzakking door met een paar vingers de vagina binnen te gaan (vaginaal toucher). Bij mannen wordt de grootte van de prostaat onderzocht door met een vinger het rectum binnen te gaan (rectaal toucher). Tijdens een toucher kan de arts u vragen de bekkenbodemspieren aan te spannen om een indruk te verkrijgen van de kracht van deze spieren.

top

 


 

Laboratoriumonderzoek

Voor het laboratoriumonderzoek staat u urine en/of bloed af. De urine wordt onderzocht op aanwijzingen voor ontstekingen en op sporen van bloed (hematuri). De aanwezigheid van bloed in de urine wordt altijd nader onderzocht om de oorzaak daarvan vast te stellen. Ook kan de urine worden onderzocht op de aanwezigheid van abnormale slijmvliescellen die kunnen duiden op blaaspoliepen of tumoren.
Het bloedonderzoek geeft o.a. aanwijzingen over de nierfunctie. Een verhoogde waarde in het bloed voor een bepaald eiwit (Prostaat Specifiek Antigeen) kan een aanwijzing zijn voor prostaatkanker. Voor cytologisch laboratoriumonderzoek worden lichaamscellen verzameld, bijvoorbeeld door een uitstrijkje van cellen uit de baarmoederhals of door het wegnemen van stukjes weefsel (biopsie).

top


Echografie (Bladderscan/Residu/Flow/Anaal/Vaginaal)

Echografie is een zeer geschikte onderzoeksmethode waarmee de anatomische verhoudingen van blaas, blaasbodem, blaashals en plasbuis zichtbaar gemaakt worden. Deze bijzondere vorm van radiologisch onderzoek heeft als belangrijke kenmerken dat er geen gebruik gemaakt wordt van röntgenstralen en contrastmiddelen. Er worden geluidsgolven uitgezonden en de echo (terugkaatsing) hiervan wordt opgevangen en omgezet in een afbeelding of bewegende beelden van het onderzochte gebied.

Bladderscan of Residu echo
Om het residu in de blaas te kunnen meten, wordt gebruik gemaakt van een zender/ontvangertje die over het te onderzoeken gebied wordt bewogen. De hoeveelheid urine die zich in de blaas bevindt (residu) kan worden afgelezen op het apparaat.

Bladderscan

De huid van het te onderzoeken gebied wordt ingesmeerd met een niet vette gelei om te voorkomen dat er lucht tussen het zender/ontvangertje en de huid komt. Het onderzoek duurt ongeveer 5 minuten.

Flow echo
Tijdens dit onderzoek wordt er gekeken of de blaas goed wordt leeggeplast. U wordt meegenomen naar een flow meter. Dat is een apparaat waarin u kunt plassen. Als u bent uitgeplast neemt de verpleegkundige u mee naar het echo apparaat. Daar kunt u plaatsnemen op de onderzoekstafel en vervolgens brengt de verpleegkundige gelei aan op uw buik en zet daar dan de echoknop op. Tot slot kijkt zij dan op het echoapparaat of u de blaas goed heeft leeggeplast.

Endo anale echo
Dit is een onderzoek van de anale kringspieren met geluidsgolven. M.b.v. dit onderzoek kan men zien wat de dikte en de vorm is van de in- en uitwendige kringspier. Ook kan men kijken of er afwijkingen in die twee kringspieren te zien zijn, bijvoorbeeld een beschadiging door een eerdere operatie of bevalling. Voor het onderzoek hoeft de darm niet leeg te zijn.
U gaat op uw zij op de onderzoekstafel liggen. In de anus wordt een buisje gebracht waarmee echobeelden van de kringspier worden gemaakt.
Bij vrouwen wordt vaak ook een vaginale echo gemaakt. Het onderzoek duurt ongeveer een kwartier.
Bij mannen wordt deze methode vaak gebruikt voor onderzoek van de prostaat. Men spreekt dan van een transrectaal ultrasound prostaat onderzoek.

Vaginale echo
Een vaginale echo wordt gemaakt door de gyneacoloog. Die kijkt in de onderbuik naar de blaas. Voor het onderzoek moet u met een volle blaas komen.

top


 

Radiologisch onderzoek (cystogram)

 

Een cystogram is een radiologisch onderzoek waarbij de blaas via de plasbuis wordt gevuld met een contrastmiddel. Met röntgenstralen wordt zichtbaar gemaakt hoe het contrastmiddel zich verspreidt, met name om het eventueel terugstromen in de urineleiders richting nieren aan te tonen. Dit radiologisch onderzoek wordt slechts uitgevoerd als echografie niet voldoende informatie verschaft.

top


Urodynamisch onderzoek (UDO/VUDO)

Een udo is een inwendig onderzoek naar de functie van de lage urinewegen (blaas en afsluitmechanismes). Het doel is om de oorzaak van de plasklachten (incontinentie/retentie) te achterhalen.

UDO bij de vrouw UDO bij de man

 

Voor het onderzoek moet u uitplassen op een toilet. Blijft er urine in de blaas achter, dan wordt dit verwijderd met een katheteter.

Gedurende het onderzoek zit u op een speciaal toilet of ligt u op een speciale onderzoekstafel.

Tijdens het onderzoek brengt men dunne slangetjes (katheters) aan in de plasbuis en de endeldarm. Deze doen metingen naar onder andere de blaasinhoud, de blaasdruk, de afsluiting van de blaas, het eventuele urineverlies en de uitstroomsnelheid van de urine.
De slangetjes worden met pleisters op de huid vastgezet, zodat ze niet kunnen gaan schuiven tijdens het onderzoek. Het inbrengen van de slangetjes is niet pijnlijk, maar kan wel een onaangenaam gevoel geven. Op de billen rondom de anus worden electrodes vastgezet waarmee de activiteit van de bekkenbodem kan worden gemeten.

Via het slangetje in de blaas wordt de blaas langzaam gevuld met steriel water. Tijdens het onderzoek wordt regelmatig gevraagd om te hoesten of te persen. De blaas wordt gevuld tot u aangeeft dat u sterke aandrang heeft om te plassen en de plas niet langer meer kunt ophouden.
Dan kunt u als de verpleegkundige het zegt uitplassen langs het slangetje in de blaas.

De functie van de sluitspier kan worden bepaald door het slangetje langzaam terug te trekken. Daarna wordt alles verwijderd en is het onderzoek afgelopen. De meetresultaten worden door een computer verwerkt. Het onderzoek duurt ongeveer 30- 45 minuten.

VUDO staat voor video urodynamisch onderzoek. Een VUDO gaat hetzelfde als een uro dynamisch onderzoek, met het verschil dat bij een vudo de blaas wordt gevuld met contrastvloeistof, zodat tijdens het onderzoek beelden/filmpjes kunnen worden gemaakt tijdens het vullen van de blaas en tijdens het plassen. Op deze manier kan bijvoorbeeld een blaasverzakking worden aangetoond.
Ook wordt er gekozen voor een vudo als iemand door een neurologische oorzaak incontinent is, bijv. door ruggemergtrauma of ms om het terugvloeien van urine naar de nieren (reflux) uit te sluiten.

top


Cystoscopie

Een cystoscopie wordt gedaan als de specialist denkt aan afwijkingen in de plasbuis, het prostaatgebied of de blaas, bijvoorbeeld bij plasproblemen, bloedverlies via urine of als controle bij blaaspoliepen.

Een cystoscopie is een inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met een cystoscoop, die is aangesloten op een lichtbron. Via een lens op het uiteinde van de cystoscoop kan de specialist in de plasbuis en de blaas kijken.

Fexibele cystoscopie bij man Starre cystoscopie bij de vrouw

Voor het onderzoek is het nodig dat u met gespreide benen in beensteunen op de onderzoekstafel ligt. Dan wordt de schacht of de schede schoongemaakt met desinfecteervloeistof. Dan wordt er in de plasbuis wat gelei gespoten om deze te verdoven. Bovendien dient het als glijmiddel om de pijn zo veel mogelijk te beperken.

De uroloog brengt de cystoscoop via de plasbuis in de blaas. Via een slangetje dat verbonden is met een zak spoelvloeistof wordt er steriel water in de blaas gebracht.
Daardoor ontplooit de blaas zich en kan de uroloog alles goed zien.

Als het onderzoek plaatsvindt omdat u last heeft van incontinentieklachten zal de uroloog u vragen om te hoesten en te persen als hij de blaas gevuld heeft. Op die manier kan hij kijken hoe en wanneer er urineverlies optreedt. Via een inwendig onderzoek zal hij de stand bekijken van de plasbuis en de mate van urineverlies als bijvoorbeeld de plasbuis in een andere positie wordt gebracht. Daarna wordt de blaas verder gevuld tot u aangeeft dat hij vol is. De blaas wordt dan weer leeggemaakt en de urine wordt opgevangen om te kijken hoeveel het is. De uroloog weet dan meteen hoe groot de blaascapaciteit is.

top


 

Sigmoïdscopie/Colonscopie

 

Bij dit onderzoek wordt een flexibele endoscoop via de anus in de dikke darm gebracht en opgeschoven. Bij een sigmoïdscopie wordt het onderste deel van de dikke darm bekeken, bij een colonscopie de gehele dikke darm. Deze onderzoeken worden gedaan als er aanwijzingen zijn voor een ontsteking, bloeding, poliep of gezwel. Een sigmoïdscopie duurt ongeveer 15 minuten, waarbij de patiënt in zijligging ligt. Een colonscopie duurt ongeveer 30 minuten, waarbij vaak een licht verdovingsroesje wordt toegediend. Beide onderzoeken worden gedaan door een gespecialiseerde maag-lever-darm arts. Voorafgaande aan het onderzoek moet een dieet worden gevolgd en worden gelaxeerd zodat het darmslijmvlies goed schoon is.

top


Heb je hier niet de informatie gevonden die je zoekt? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 


Disclaimer

 

U bevindt zich hier: Home Onderzoeken